In een spreadsheet staan geen waarden

Britse en Amerikaanse beleggingsfondsen eisen dat Unilever de waarde voor de aandeelhouders verhoogt. Bij dat nieuws moest ik spontaan denken aan een cartoon uit de New Yorker. Een verwilderde man legt aan drie in lompen gehulde kinderen uit waarom ze zich bij een houtvuur warmen in een dor landschap, met hoogstens een paar keien om op elkaar te zetten. “Yes, the planet got destroyed. But for a beautiful moment in time we created a lot of value for shareholders.”

Bepaalde aandeelhouders van Unilever eisen nu dus hun beautiful moment in time. Winst op korte termijn en wat minder investeren in die verdomde doelstellingen om het bedrijf duurzamer te maken – en dus ook winstgevend te houden – op lange termijn.

Schaamte

Het voordeel van de demarche is dat ze de keuze scherp stelt. Dragen we een economie over aan de volgende generatie die in de behoeften van iedereen voorziet en daarbij ons belangrijkste gemeengoed – planeet aarde – in ere houdt? Of doen we voort op een manier die hoogstens nog deze generatie mee kan? In dat laatste geval kan ik al voorspellen dat het eindigt zoals bij de banken, alleen zal er nu niks te redden zijn. Het bedrijf, de planeet en de levens van miljoenen mensen zullen ten gronde gericht zijn. Maar heel even was het lekker voor de aandeelhouders. Zoals die eerste vijf seconden nadat je in je broek plast. Daarna rest enkel de schaamte.

Nergens zie je beter wat een extractief economisch systeem aanricht, dan in de landbouw- en voedingssector. Vruchtbare gronden gaan verloren aan 23 hectaren per minuut. Waterbronnen raken uitgeput. Zeeën zijn overbevist. De biodiversiteit keldert 1000 maal sneller dan het normale niveau. Boeren verlaten massaal de stiel omdat er voor hen amper waarde gecreëerd wordt.

Bij Unilever kennen ze die feiten ook. Een bedrijf dat leeft van de verkoop van voeding, weet dan dat ze uiteindelijk hun eigen business kapot maken. Daarom lanceerde Unilever het Sustainable Living Plan: tegen 2020 alle voedingsproducten duurzaam. Natuurlijk is dat relatief en een heiligverklaring is niet nodig. Maar CEO Paul Polman toonde ballen. Hij schafte de kwartaalrapportering af en zei tegen zijn aandeelhouders: als onze langetermijnvisie je niet aanstaat, verkoop dan je aandelen. Polman gaf de voorbije jaren richting en deed de geesten in heel de sector schuiven.

Beursaandeelhouders of mede-eigenaars?

Houdt Polmans visie stand? Ik hoop het, maar er zijn redenen om te vrezen van niet. Duurzaamheid begint bij de eigenaarsstructuur van het bedrijf. Een bedrijf dat zijn aandelen in meerderheid op de beurs heeft, wordt tot bijziendheid gedwongen. Beursaandeelhouders zijn geen mede-eigenaars, maar beleggers.

Hoe krijgen we weer langetermijnperspectief in bedrijfsbeleid? Hoe zorgen we dat bedrijfsleiders in generaties kunnen denken in plaats van in kwartalen? We zien vandaag dat bedrijven die eigendom van families zijn, er beter in slagen keuzes te maken voor de lange termijn. Net als coöperatieve ondernemingen, waar de belangen van consumenten en/of toeleveranciers meestal in het aandeelhouderschap ingebakken zitten.

Nieuwe bedrijfsmodellen waarbij aandeelhouders en belanghebbenden (stakeholders) samenvallen, zijn een groot stuk van het antwoord. Daar kan je een juridische boom over opzetten, maar in de kern is het eenvoudig: het vertrekt vanuit waarden. Wie zijn we als bedrijf? Waar gaan en staan we voor? En kom niet af met: “het doel van een bedrijf is winst maken”. Winst hoort bij ondernemen zoals ademen bij leven. Het is geen doel, wel een noodzakelijke bijkomstigheid om die dingen te kunnen blijven doen die nodig, belangrijk of gewoon plezant zijn.

De overheid zijn wij

Zo bekeken, gaat het allang niet meer over “de ngo’s” die tegen “de bedrijven” zijn, of “de bedrijven” die tegen “de overheid” zijn. Overal zitten er mensen die vandaag al vanuit een gedeelde probleemanalyse samenwerken om producten milieuvriendelijker, eerlijker en transparanter te maken. De bedrijven die pionieren om hun activiteiten te verduurzamen, hebben een overheid nodig die de lat uiteindelijk voor iedereen hoger legt. En de overheid is de enige die consumenten kan beschermen tegen schadelijke machtsconcentraties.

Akkoord, het vertrouwen in de overheid heeft er al beter voor gestaan. Maar laat ons niet vergeten: de overheid zijn wij. Wij, die onze waarden en verwachtingen vertalen in wettelijke normen die finaal het gedrag van bedrijven en individuen vormen en mogelijk maken.

Zolang het stuur van onze economie in handen is van lieden wiens enige waarden in een spreadsheet staan, komen we niet vooruit. Goeie moed, meneer Polman. Ik heb diep respect voor de manier waarop u in het verleden uw nek uitstak. Ik hoop van harte dat ik ongelijk krijg in mijn pessimisme.

Verschenen bij MO*…
Foto: Rafael Matsunaga (Flickr/CC)

Een beetje meer van ’t zelfde maar dan anders:

Geef een reactie