Biecht van een luie consument

Ik beken: ik ben geen geëngageerde consument.
Zo, dat is eruit.

Erger nog: ik ben een luie consument. Als aandikkende nevenconditie komt daarbovenop nog eens mijn haat jegens winkelen. Een zaterdag in de supermarkt werkt bij mij als humus voor genocidaire gedachten. Het is dus uit loutere zelfzorg dat ik steeds volle kracht vooruit door de rayons zeil, daarbij weinig acht slaande op wat er allemaal op de etiketten staat. Prijs, daar kijk ik naar. Melk is melk, toch? Homo economicus par accident.

Deel van het probleem

Ik besef het: ik ben deel van het probleem. Dat maakte de Panorama-reportage van 11 september wel duidelijk. Ik ben er mede verantwoordelijk voor dat er in heel de voedingsketen een wurgende prijsdruk ontstaat die finaal onze landbouwbedrijven versmacht en onze planeet uitwringt. Ik weet dat al langer. Ik werk bij Vredeseilanden. Ik praat met boeren, hier en in het Zuiden. Ik schrijf daar wereldverbeterlijke stukken over. Ziehier.

Troost voor mijn onvolmaaktheid vind ik in de statistieken. In diverse onderzoeken geeft tot de helft van de consumenten aan dat ze thema’s als gezondheid, milieu en eerlijke handelsrelaties belangrijk vinden bij hun aankopen. Toch zet slechts een klein percentage die bezorgdheid om in effectief koopgedrag van bijvoorbeeld gelabelde producten. We zijn allemaal hypocrieten met goede bedoelingen.

Nu, genoeg zelfkastijding, want het is natuurlijk niet alleen mijn fout. Het is ook de schuld van de supermarkten die in hun communicatie allemaal op hetzelfde enge prijscriterium zijn gaan focussen. Het is de schuld van de overheid die toelaat dat er een verliesspel gespeeld wordt en zaken in de rekken liggen waarvan het plaatje niet klopt.

Het is comfortabel om de vinger te wijzen. Maar wie dieper graaft, constateert dat alle partijen in de voedingssector gevangenen zijn van hetzelfde systeem. Tijd dus dat we als samenleving de spelregels daarvan herbekijken. Daarom een bescheiden, ongetwijfeld onvolledig, voorstel tot plan van aanpak om duurzame voeding vanzelfsprekend te maken.

Duurzame voeding vanzelfsprekend maken

Ten eerste moeten overheden doen wat alleen overheden kunnen doen: de lijnen van het speelveld trekken. Leg de sociale en ecologische criteria van bij het begin hoger. Op slag kunnen we enkele dure labels overbodig maken. “Choice editing” heet dat, met een vies woord. Betere keuzes maken begint met hier en daar geen keuze te moeten maken. We hoeven ook niet te kiezen tussen een wagen met of zonder veiligheidsgordel. Auto’s zijn daar niet slechter of minder betaalbaar van geworden.

Ten tweede zijn supermarkten, dankzij hun schaal, bondgenoten om duurzame producten tegen scherpe prijzen in de markt te zetten. FairTrade, Bio, Utz, Rainforest Alliance … de veelheid aan labels werkt vandaag eerder hinderend in het keuzeproces van de consument en staat schaalvergroting in de weg. Als fairtradebananen niet meer duurder zijn dan niet-fairtradebananen is dat louter omdat men voor dit product die schaal heeft bereikt. Daarnaast is er nog veel aan efficiëntie te winnen door slimmere samenwerking tussen supermarkten, voedingsbedrijven en boeren. Zulke verticale samenwerking in de keten kan bovendien producten met een smoel opleveren die je onderscheiden van de concurrentie. Over de disproportionele macht van supermarkten en voedingsindustrie is – met reden – al veel negatiefs geschreven, maar ze kunnen die macht ook aanwenden om duurzame producten weg te halen uit het luxesegment en echt mainstream te maken.

Geen luxe, maar een noodzaak

Ten slotte: de (luie) consument. Ik dus. Die heeft meer macht dan ie denkt. We hebben vandaag de communicatiemiddelen om transparantie in de voedselketen te eisen en hard te maken. Een app als Questionmark is al een mooi begin. Ook als de verkoopprijs de kostprijs van de boer niet dekt, wil ik weten wat er aan de hand is. En waarom zou consumentenorganisatie Test Aankoop zich in haar vergelijkend onderzoek bij supermarkten beperken tot prijzen? Waarom niet verder kijken naar het beleid van supermarkten naar hun leveranciers, hun prestaties op ecologisch vlak, dierenwelzijn, enz. Veel bedrijven leggen er al rekenschap over af, de achterblijvers krijgen op deze manier een stevige aanmoediging.

Misschien, als we die weg bewandelen, is duurzame voeding op een dag echt het nieuwe normaal. Ter herinnering aan hoe het ooit was, hebben winkels dan nog een weggestoken rayon met enkel gelabelde unfairtrade producten. Een onbetaalbare en verlieslatende niche in het gamma die 100% garant staat voor sociale uitbuiting en milieuverwoesting.

Ik ben geen slecht mens, zo hou ik mezelf telkens voor. Ik zou graag betere keuzes maken in de winkel. Dat begint met hier en daar niet te moeten kiezen, maar het vergt vooral dat ik mij samen met u blijf afvragen waar eten vandaan komt. “Kennis van landbouw en voeding behoort tot de algemeen beschaafde kennis die iedereen zou moeten hebben, net als kennis van rekenen en taal”, schrijft de Nederlandse professor Louise Fresco in haar boek “Hamburgers in het paradijs”. Gelijk heeft ze.

Kwaliteitsvol voedsel geteeld met respect voor mens en milieu is geen luxe, maar een noodzaak. Ook voor een luie consument.

(Dit stuk verscheen op MO.be en in De Standaard van 13/09/2014)

Geef een reactie