Ik ben niet alle vrouwen

Willekeurige appelsienen ter opvrolijking van een stukje van gering belang.

Jaren van ingetogen zelfevaluatie leidden mij tot het onontkoombare besluit: ik ben in weze veel te eerlijk. In de lagere school vonden meisjes en beginnende juffen dat bij momenten nog ontwapenend. Daarna veelal kwetsend. Vervolgens leer je naast de kleine ook de grote leugen eren. Dan ben je volwassen.

De volwassen man die ik steeds meer ben, antwoordde dus zonder teuten “neenee, absoluut niet” op haar vraag. Die vraag was geeneens tot mij gericht, maar ze drong zich accidentieel op toen onze blikken elkander onwillig schurkten in de versafdeling van een Carrefour-filiaal, gelegen in de oksel van een middelgrote Vlaamse stad.

Als multitaskende jager-verzamelaar-consument struinde ik tussen de appelsienen, wortelen, bananen, salades, appelen en de naburige overvloed die de supermarkt ons aanreikt.

Zij legde twee courgettes in haar winkelkar (het konden ook komkommers zijn, daar pin ik mij niet op vast). Onderwijl voerde ze het gesprek met een vrouw die volgde in haar slipstream  en zodoende een exacte replica van haar voorgangsters winkelkar componeerde. De toon van het gesprek verraadde onvrede. Over haar auto. Over het systeem. Over de slepende wieltjes van haar winkelkar. En over haar relatie.

– Nee, echt. Ik heb het hem onlangs nog gezegd: het wordt tijd dat hij mij als een vol persoon begint aan te zien. Een individu. Met eigen interesses en capaciteiten. Ik heb ook ambities!
Daar moogt ge nooit aan twijfelen!
– Ik wil reizen. De wereld zien. Alles effe achterlaten.
Dat moet ge gewoon doen!
– Jamaar, hij wil niet.
Hoe?
– Hij zegt dat we niet weg kunnen. Met het huis en het werk en al.
Mja, praktisch is dat niet zo simpel natuurlijk.

Er werd geaarzeld bij de aardbeien. Die lagen er stralend bij, maar de prijs nodigde niet uit tot grote afname.

– Ik zie het hier soms echt niet meer zitten.
Maar allé, Ine, ziet ge hem nog graag?
– Maar ja, dat is het niet.
Ziet hij u nog graag?
– Maar ja, natuurlijk ziet hij mij nog altijd graag.
Hoe weet ge dat?
– Ik weet dat. Ik vraag hem dat voortdurend.

De tomaten werden ofwel te plat ofwel niet rijp genoeg bevonden.

Misschien moet ge gewoon meer dingen doen gelijk vroeger.
– Mja, misschien moeten we meer tijd maken voor elkaar.
Voila. Doe eens iets relax samen. Ik heb nog een bon voor de sauna. Wilt ge die hebben?
– WAT? Nee, no way! Ik ga niet zitten zweten in een kot waar er al vijfhonderd voor mij hebben zitten zweten.
Komaan, Ine, de sauna: alle vrouwen doen dat graag. Da’s super relax.
– Kan zijn, maar ik bén niet alle vrouwen!
Tja, zeg het als ge van gedacht verandert.

De vriendin keurde de appelen en hield er twee afwisselend tegen het licht.
Zij wendde zich tot de appelsienen.

“Ik ben toch niet onredelijk?” contempleerde ze, terwijl ze het fruit in een plastic zakje liet vallen.

Bij het aanblazen van haar laatste lettergreep, scheurde de bodem van het zakje door. Twee appelsienen rolden tot aan mijn voeten. In een overgebleven keepersreflex zeeg ik neer om de vruchten van de grond te plukken. Bij het rechtkomen stond ze pal voor mij. Ik werd – geheel verkeerdelijk – een zekere verplichting tot antwoorden gewaar.

“Neenee, absoluut niet”, declareerde ik dus, en reikte haar de gedeukte appelsienen aan.

Ze keek mij aan alsof ik net kwam te verklaren dat de Wolga door Brasschaat stroomt. “Dank u”, klonk het zuinigjes, na drie lange secondes.

Naast haar was inmiddels een man opgedoken die zich alle moeite had getroost om zijn haar tegen de gang van de zwaartekracht in te positioneren. Hij monsterde zijn telefoon. Of hij de magere yoghurt had gevonden, wilde ze van hem weten.

Zoals menige vaststelling in de tegenwoordige tijd van hun relatie, was ook deze triest van aard. “De magere yoghurt is uitverkocht.”

Een beetje meer van ’t zelfde maar dan anders:

2 gedachten over “Ik ben niet alle vrouwen”

Geef een reactie