Een man, zijn ambities ver vooruit

De borden hadden die cruciale avond in november 2006 de afstand tussen keuken en living probleemloos weten te overbruggen. Zij stiette al doende klanken uit die in een vormeloos compromis van onmachtig huilen en brullen samen met de borden van de muren kletterden.

Hij had zich niet van de wijs laten brengen en zijn toen nog inwonende echtgenote van antwoord gediend door een halfvol flesje discounterpils in haar richting te lanceren. Roepen deed hij niet. Deed hij nooit. 28 jaar onderging hij haar dirgistisch geratel als een versufte patiënt op de tandartsstoel.

Hun huwelijk bleek als een afwas die mettertijd moeilijker weg te werken viel, per slot tot in de kleinste restjes begon te stinken, zodat de gedwongen ontzetting zich een eerbare afloop toonde. De zweefvlucht van het bierflesje was het orgelpunt, het rondspattende glas de dubbele maatstreep: zij belde haar zuster en vertrok. Of toch, dat is wat ik er mij bij voorstel.

Zo kwam het dat hij zijn zaterdagen sinds enige jaren wel vaker solo doorbracht, gezeten in het namaakdesign van de stedelijke bibliotheek, getooid in een strak zittend hemd en jeansbroek. Smart casual op sportsloffen, die aan de dikke teen begonnen te rafelen.

In neandertalerhouding zat hij voorover gedrukt te tasten op een iPad. Gesticulerend over het schermglas, bracht hij zich middels een spreadsheet aan het licht dat zijn financiële zaakjes in de herfst van zijn leven de lentebloei hadden bereikt. En ook wel dat het raadzaam was naar het einde van het boekjaar nog “kosten te maken”.

Het was een geruststellende activiteit die hij vervolgde met een minder geruststellende: het lezen van De Tijd. Een periodiek waar in dit tijdsgewricht de ontij van het zalmroze papier gulpt. Hij slaat zich door drie bladzijden en valt dan steevast in slaap, de benen gekruist, de krant rustend tegen zijn voorhoofd.

In het café een verdiep lager, drinkt hij ter afronding een pils – zij het nu van een A-merk. Een welverdiend reposeren na een week van vreugdevolle arbeid, met alweer tevreden klanten die op hun beurt nieuwe klandisie zouden aanreiken.

Hoewel zijn vader zich op middelbare leeftijd te pletter had gereden op een bonkige boom langs een gewestweg, had hem dat niet met een afkeer voor hout opgezadeld. Bijna vijf jaar ontwierp hij nu meubels op maat: buffetkasten, tafels, stoelen, dressoirs, zitbanken, hele keukens – op vraag installeert hij er de huishoudelijke apparaten bij.

Een diploma heeft hij daar voor zomin als voor al de rest. Dat was tot voor de U-bocht in zijn levenspad een voornaam obstakel geweest. De bemoeilijkte toegang tot de arbeidsmarkt had hij gecompenseerd door zijn werkloze wagon aan de allesbepalende locomotief te hangen van zijn voormalige echtgenote, die in één secretariaatsfunctie niet genoeg uitlaatklep vond om haar hypercontrolerende lusten te lozen. Zo had zij ook thuis haar monopolie uitgerold over de telefoon, wat zijn drang om contact te leggen met potentiële werkgevers van niks naar nog minder verschrompelde.

Maar zie: in de blessuretijd van zijn leven blijft hij thans – gescheiden maar gelukkig getrouwd met de omstandigheden – zijn ambities ver vooruit.

Een gedachte over “Een man, zijn ambities ver vooruit”

Geef een reactie