Valse noten en uitstekende resultaten

Ik ben toegekomen aan de laatste episode van mijn middelbareschoolsaga. En toegegeven, ik ben opgelucht dat deze calvarietocht weldra ten einde is. Maar de mens mag geen angst hebben om in de spiegel van het verleden te blikken, ook al confronteert hem dat met miserabele falingen van het niveau van Paul Marchals politieke carrière.

Wij herinneren ons nog de kerstexamens, waar men na enkele goedkope glazen witte wijn best enthousiast over kon zijn. Een schitterende uitgangspositie, een voorzet voor open goal die nog enkel moet binnengekopt worden in het doel van het allerlaatste semester.

Maar het mocht weer niet zijn. Februari valt zelfs niet onder het eufemistische “zwak” te klasseren. De laatste tellingen komen uit op drie tekorten, meerbepaald voor wiskunde, Frans en fysika. Het opmerkelijke is echter het onverwoestbare optimisme van de klastitularis, die blijkbaar vooral de 15-en de 16-en heeft opgemerkt:

Een onwaarschijnlijke goeierd; dat lijkt de enige te rechtvaardigen karakteriële beschrijving te zijn voor deze wiskundeleraar. Naast het minimaliseren van mijn drievoudige misser, gaat hij ook nog in mijn plaats excuses zoeken voor de betreffende wanprestatie, door te hopen dat er na “de cult” beterschap komt. Ter info: “de cult” dat staat voor culturele avond, lees: het schooltoneel. Inderdaad, ik heb destijds een gedenkwaardige acteerprestatie neergezet in de rol van Mowgli in een Junglebook-gerelateerd blijspel.

Neen, geef mij dan maar maart als het op cijfers aan komt: een ware zegereeks vergeleken met februari. Om maar iets te zeggen: 19 voor godsdienst en informatica, 15 voor Engels, economie, Frans en Esthetica, 16 voor biologie en 17 voor geschiedenis. Aan die 8 voor wiskunde schenk ik onderhand al geen aandacht meer. Slagen voor wiskunde was in die tijd zoiets als vrede stichten in het Midden-Oosten… Zelfs het proberen niet meer waard.

Als we het over briljante resultaten hebben, moet mei moet niet veel onderdoen voor februari: 20, 18, 17, 16, 15, 14… het staat er allemaal. Tot grote spijt van de klastitularis, annex wiskundeleraar, bereikt het verdoemde vak het nieuwe dieptepunt van 6/20. “Een valse noot”, aldus de titularis.

Wat wiskunde betreft, waren het vooral de integralen die het totale verval betekenden. Om kort te zijn: ik kon daar geen bal van. Tot vier keer toe heb ik daarvoor een toets moeten maken, waarbij je in ruil voor een voldoende die leerstof niet meer moest kennen voor de examens. U begrijpt dat mijn resultaten geen uitzicht gaven op die optie. Ik was zelfs de enige van de klas die deze vernedering nogmaals moest ondergaan.

Maar gelukkig is er op examens alles mogelijk en ergens verdenk ik die gemoedelijke leraar wiskunde er ook van dat hij een extra gemakkelijke oefening had geselecteerd voor mijn examen. Derhalve wist ik voor wiskunde een onmogelijk geachte 58% te behalen. Zelfs die 51% voor fysika kan niet beletten dat mijn gemiddelde boven de 70% stijgt. De loftrompet wordt dan ook met rede uitgehaald:

“We wensen je alle succes en geluk toe voor de toekomst”. Het is zo mooi geformuleerd dat je het haast zou gaan geloven. En god zij geprezen dat die toen nog toekomstige studie communicatiewetenschappen met minder malaises had af te rekenen. Dat was ongetwijfeld mede te danken aan het feit dat er nagenoeg geen wiskunde of exacte wetenschappen op het programma stonden en dat men daar ook de terreur van de tussentijdse toetsen wegliet. Me dunkt zelfs dat ik maar op één examen ooit gebuisd ben geweest tijdens mijn jaren aan onze dierbare alma mater. Asjemenou, wie had dat ooit gedacht?

Geef een reactie