Pionier voor ’t vertier

Pionier voor ’t vertier. Zo ben ik. Noem het mijn levensmotto, het adagio van mijn chakra. Nieuwe mogelijkheden, ik gebruik ze, hoe gering ook hun nuttigheid. Waar anderen zeggen “oeoeoe, wacht daar toch maar efkes mee”, daar scheur ik meteen door naar de staart van het beslissingsproces om er voluit voor te gaan.

Toen ik dus vrijdag een treinticket naar Brussel moest kopen, deed ik dat online, via de site van de NMBS. “Even nieuw als de zolen van mijn schoenen”, denkt u nu. Maar u denkt verkeerd. Oplettende geesten weten dat men sinds kort niet alleen zijn ticket online kan kopen, maar dat we nu ook onze e-ID-kaart kunnen gebruiken als vervoersbewijs.

Ik klik die optie dus aan, geef mijn rijksregisternummer in, betaal en hinkel met de spontane vrolijke tred die mij zo eigen is naar het station. De trein is boenk op tijd en er is zitruimte zat. Het leven zit mij soms volledigkes meekes.

Na enige minuten verschijnt de treinconductrice. Ik peuter derhalve de oortjes van de mp3-speler uit mijn gehoorsbuizen, begroet de dienstdoende spoorbeamte en geef haar mijn elektronische identiteitskaart met de hint dat ik mijn ticket online heb gekocht. Ze onderwerpt haar boordcomputer aan een vluchtig onderzoek en ontdekt de inkeping waar de e-ID inpast.

Maar daar stokt het proces. Vragende blikken wisselen zich uit met het aanraakscherm, dat blijkbaar niet de antwoorden geeft die de dame verwacht.

“’t Is goed, ik vertrouw u wel”, besluit ze terwijl ze mijn identiteitskaart onverricht ter zake teruggeeft. Ik neem haar niks kwalijk. Vertrouwen is belangrijk in elke relatie, ook in die tussen reiziger en conducteur.

Geen geheel vlekkeloze afhandeling met andere woorden. Maar dan hadden we de terugreis nog niet gehad.

Ik spring in Brussel-Centraal op een trein die een koei vertraging heeft, maar net daardoor precies op tijd komt voor mij. Zoals gezegd: het leven zit mij volledigkes meekes. Ter hoogte van Schaarbeek, zelfde tafereel. De conducteur komt langs, ik reik hem mijn identiteitskaart, hij neemt die trefzeker aan, introduceert ze tot zijn computer en begint vanalles te doen.

“Waar stapt u af?”

“In Leuven. Maar ik ben ook al van Leuven tot Brussel gereden, dat staat normaal geregistreerd”

Onverstoorbaar bewerkt hij met zijn sifflet het aanraakscherm, om er enkele seconden later een reep papier uit te trekken.

“Op dit rekeningnummer betalen”, rond hij efficiënt de conversatie af.

“Jamaar, ik heb al online betaald met VISA”, probeer ik nog assertief.

De man begrijpt schijnbaar niet over wat ik het heb en zegt dat het allemaal in orde is.

“Dat zal dan wel”, denk ik gezagsgetrouw en stop dat papiertje dus weg.

“Ik denk niet dat het in orde is”, zegt een mevrouw naast mij. “Volgens mij heeft hij u een boete gegeven.” Mevrouw had gelijk en ze kan het weten: ze is zelf conductrice. “Ja, als iemand zijn identiteitskaart geeft is dat meestal omdat hij geen ticket heeft gekocht.” Hazo.

Dat van die e-ID als treinkaart gebruiken, daar had ze op het nieuws iets van gehoord, maar verder hadden de conducteurs daar geen inlichtingen over ontvangen. Een blakende interne communicatie daar bij onze spoorwegen.

Tegen dat ik afstapte in Leuven had de conducteur in kwestie gelukkig begrepen dat er iets mis was gelopen en kwam hij het spontaan rechtzetten. Wie kan hem iets kwalijk nemen?

Conclusie: een ticket online kopen en het op de elektronische identiteitskaart zetten is conceptueel geniaal, maar wacht er nog enkele weken mee. Tegen dan zullen de mensen die ermee moeten werken ook ingelicht zijn hoe ze dat moeten registreren.

Een gedachte over “Pionier voor ’t vertier”

Geef een reactie