Zonder moraal, valt er niks te fretten: waarom een betere wereld, begint bij ons eten

t Is allemaal de schuld van ons eten. Een opinie behoeft een forse opener en de mijne vat, enigszins rudimentair, de rapporten samen van gerespecteerde onderzoeksinstituten. Klimaatverandering, migratiestromen, achteruitgang van biodiversiteit, armoede, waterschaarste, gezondheidsproblemen,… Al die fenomenen worden, direct of indirect, gelinkt aan wat er op ons bord ligt.

Volgens de analyses van slimme mensen ligt de toekomst in een omschakeling naar een circulair voedingssysteem: een landbouw- en voedingssector die in gesloten kringlopen herstelt wat hij verbruikt en de gecreëerde waarde billijk verdeelt. Een toekomst waar we kunnen geraken via een combinatie van beter beleid, ingenieuze landbouwpraktijken, nieuwe technologie en gezondere eetpatronen. Ik heb daar weinig aan toe te voegen.

Behalve dit.

Te gemakkelijk wordt er scheef gekeken naar boeren en boerinnen: jullie probleem, los het op! Velen onder hen voelen zich in de verdomhoek geduwd, want de rek is eruit. En wat we bij boeren horen, weerklinkt bij steeds meer mensen. Werken, je dubbelplooien en nóg de eindjes niet aan elkaar geknoopt krijgen.

Concurrentie zou tot beter moeten leiden, maar dat stadium lijken we voorbij.
Ik juich dus niet om de komst van de Nederlandse supermarkt Jumbo of de eventuele komst van Amazon naar ons land. Niet als het is om in een nieuwe prijzenslag de laatste kruimels marge tot gruis te vermalen. En dat ten koste van de winkelbediende of de order picker die steeds meer voor steeds minder moet rondkrijgen. Of van de boeren (dichtbij of veraf) die meer zorgen steken in hun schulden dan in hun product.

Nee, ik applaudisseer liever voor retailers die met hun mensen een evenwicht zoeken tussen flexibele klantgerichtheid, kwaliteitsvol werk en een productaanbod met een verhaal dat klopt, ook voor boeren en andere toeleveranciers.

En die bedrijven zijn er – al is het dikwijls nog meer ambitie dan werkelijkheid. Maar of zij de norm worden, bepalen wij mee. Niet zozeer wij als consument. Maar wij: als burgers, als samenleving.

Scherpe prijzen? Internationale handel? Vandaag besteld, morgen in huis? Allemaal goed, maar wel binnen een ethisch kader dat de limieten van mens en planeet respecteert. Enkel binnen zo’n kader kunnen wij onze goede intenties als consument waarmaken en kunnen bedrijven echt aan eerlijke handel doen, zodat boeren kunnen investeren in duurzame productie.

Geen sector is zo vervlochten met de aarde als de voedingssector. Als de omschakeling ons daar lukt, lukt het voor de rest van de economie ook.

“Ja maar, zo’n omschakeling kost geld. En wie gaat dat betalen?”

Inderdaad, dat kost nu geld om later op te brengen: gezondere mensen, kwaliteitsvollere jobs, minder klimaatopwarming en dus minder schade door extreem weer.

Ik kan mis zijn, maar ik geloof dat we zoiets een “investering” noemen. Ik denk zelfs dat banken daar financiële producten voor ontwikkelen. En dat een overheid daarbij de opdracht heeft om de inspanningen op een redelijke manier te spreiden. Zo nieuw is dat niet. We hebben het in een niet zo ver verleden nog gedaan.

Waar kiezen we voor?
Eerst de economie, dan het klimaat? Goedkoop boven alles? Erst das fressen, dann die moral? Weg ermee. Een betere wereld, begint bij ons eten. Zonder moraal in ons economisch systeem valt er voor gewone mensen straks niks meer te fretten.

Deze opinie verscheen op VRTNWS.be (12/01/2019) nav de campagne “eten roert de planeet” van Rikolto (Vredeseilanden)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.