In de kwestie van gelekte mails van ministers of regeringsonderhandelaars wordt er één vraag nooit gesteld: welke kriel lekt zulke mails naar de pers? In het geval van de mail van minister Lieten heeft die meneer of mevrouw namelijk iets gedaan dat veel erger is dan onvriendelijke mails schrijven: de regeringsmeerderheid en plein public ondermijnen.
Stel nu dat een journalist deze eenvoudige vraag aan alle ministers voorlegt: heeft u die mail gelekt? Neem er dan maar vergif op in dat ze dat allemaal schaapachtig gaan ontkennen. Ikkeuh?
Het zou gegarandeerd een sappige whodunit opleveren, want er is in dit geval wellicht meer dan één leugenaar in het spel. Het valt tenslotte te verwachten dat meerdere hommels tegelijk en om ter ‘t eerst met die mail stonden aan te schuiven bij ‘s lands redacties.
Dit land heeft nood aan hervormingen. Radicale hervormingen. Niet het soort hervormingen waar de gevestigde politieke partijen nu mee driebanden: anderhalve bevoegdheid naar de gewesten, een kwartje federaal en wat amechtig gekeuter in de pot van ‘s lands geïnde lidgeld.
Stop daarmee. Ik zei: radicale hervormingen. Radicaal, zoals in: “afschaffen die handel”. Continue reading →
De secretaresses van Fernand Koekelberg, de commissaris-generaal van de federale politie, krijgen hun premies terug. Koekelberg was twee jaar geleden in opspraak gekomen omdat hij zijn twee secretaresses, Sylvie Ricour en Anja Savonet, onwettelijk zou hebben benoemd.
Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD) besliste toen onder meer dat de twee vrouwen geschorst werden en dat ze hun extra premies moesten inleveren. Hun schorsing werd snel tenietgedaan, nadat ze gelijk kregen van het gerecht.
Het Grondwettelijk Hof oordeelde nu ook dat er geen sprake mag zijn van discriminatie in het premiestelsel. En dus besliste Koekelberg hen de opslag met terugwerkende kracht toe te kennen.
De laatste keutel van wat ooit tot de “politierel” uitgroeide, is nu dus ook bij de quatsch-fractie gesorteerd. Continue reading →
De eerste geslaagde viral van het jaar is een feit. Ontsproten aan het humorologische lenden van papa pensioen. Inderdaad, de man met de smile als een zesvaksautostrade doet het weer. Op tv, in kranten, op facebook en op blogs wasemt het ongewone Senaatintermezzo van Michel ‘papa’ Daerden nog na.
Ongewoon, omdat de schaarse aanwezigen uitblonken in alertheid. Ongewoon ook, omdat het sinds het migrantenstemrecht geleden is dat de Senaat nog zo breed in de media kwam.
TerZake zond de tussenkomst van de minister zelfs integraal uit. Nochtans is het zeldzaam dat een beleidsmaker in dit programma nog maar voorbij de intentieverklaring tot het opbouwen van een redenering geraakt.
En toch weergalmt vooral verontwaardiging in de mediagrot. Pas tout le monde aime papa. Gebrek aan respect voor de instellingen! Zo zat als een struisvogel op wieltjes!
Ik weet het zo niet. Zou al die aandacht er geweest zijn indien hij – zoals de meeste ministers – het antwoord op deze parlementaire vraag machinaal van het blad had afgekolfd?
Tarara.
De commentatoren mogen dus iets zuiniger zijn met hun reprimandes en hun grote verontwaardiging. Want zonder de dramaturgische toonzetting van de minister, hadden zij geen aandacht geschonken aan de stand van zaken in het pensioendebat en hadden ze andermaal over de Senaat geen lettergreep gerept. Laat staan dat de jeugd kennis had genomen van de begrippen “groenboek” en “witboek”.
De minister maakt tevens aanspraak op felicitaties voor zijn verdienstelijke Nederlandstalige tongval. Het is hem daarbij vergeven dat hij her en der rustpunten inlast om breeduit na te smekken op de kleffe woordenbrei die zijn medewerker klaarstoofde naar de smaak van het halfrond.
Maar ja. Spreekt een Franstalige eens een glunderende mond Nederlands, dan wordt hij meteen van openbare dronkenschap beticht. Als dat laatste waar is, is dat overigens een hoopgevende zaak voor de tweetaligheid in ons land (en voor de beurskoers van AB Inbev).
Enfin. Als Michel Daerden nu eens voor het Europees Parlement zou klaarspelen wat hij op enkele uren tijd voor de Senaat realiseerde in termen van media exposure, hij zou de democratie geen kleine dienst bewijzen.