Griekenland en inspiratieloze economen

Steve Bell - The Guardian

Ik wil het met u eens hebben over Griekenland en de eurocrisis. De Grieken, dat is bekend, zijn stout geweest. Teveel schulden gemaakt en daar dan nog over gelogen ook. Duitsland slaat zich op de borst, Griekenland moet stof vreten. Want Duitsland & co zijn boos. De Grieken moeten boeten nu. Besparen en beknibbelen tot ze blauw uitslaan. Ik word daar een beetje triestig van.

Rancune omwille van de corruptie en de spilzucht mag dan begrijpelijk zijn, de geschiedenis leert dat revanchistische onderbuiksentimenten zonder uitzondering kwalijke economische politiek opleveren. Of zijn er mensen in de zaal die de herstelbetalingen van Duitsland na de eerste Wereldoorlog nog steeds een goed idee vinden?

Simpele oplossingen bestaan niet, ik zou het tegendeel niet willen doen uitschijnen. Niettemin spui ik hieronder mijn driepuntenplan. Het ontbeert elke pretentie van volledigheid, ontleent zijn ideeën voor 90% bij anderen en werd neergeklad op café, op een druilerige paasmaandag terwijl twee tafeltjes verder een laat puberterend stel van tong probeert te wisselen.

1) De overheid is het probleem

De EU richt nu al haar pijlen op het verkleinen van het overheidstekort. Wie de cijfers bekijkt ziet dat dit niet aardig lukt. Het voornaamste probleem van Griekenland is dan ook niet de staatsschuld of het huidige begrotingstekort. Het grote Griekse probleem is een overheid die slecht functioneert en nog amper legitimiteit geniet. Ze kan beslissen zoveel ze wil, maar belasting innen kan ze niet. En wie een bedrijf wil starten, moet al redelijk masochistisch zijn om zich door de logge bureaucratie te laten vermalen.

Het begrotingstekort is een gevolg, geen oorzaak. In plaats van het begrotingstekort als maatstaf voor alles te nemen, zou de EU zich een betere partner tonen door de modernisering van de overheid centraal te stellen. Het aanbod van Duitsland om de belastingsdienst te helpen vanuit hun ervaring met de Duitse hereniging, is misschien nog het productiefste voorstel dat er de voorbije maanden gedaan werd.

2) Vergeef hen hunne schulden

De toekomst kan er moeilijk zonnig uitzien als het wolkendek van schulden uit het verleden zich als een oneindige schaduw uitstrekt. (De gebeurtenissen twee tafels verderop drijven mij tot lamentabele poëzie, waarvoor mijn excuses). Kwijtschelding van een voornaam deel van de schulden is hoe dan ook onvermijdelijk. Op dat vlak zijn er al stappen ondernomen, en er zullen er waarschijnlijk nog volgen.

“Maar is dat geen verkeerd signaal naar de schuldenaar?” kan men dan opperen. Wel, je moet schuldenaars inderdaad niet volledig van hun verantwoordelijkheid ontslaan, maar een lening is nu eenmaal een gedeelde verantwoordelijkheid.

Waar iemand verzuipt in de schulden, zijn er mevrouw Leemansen van dienst die daar aardig op verdienden. En waar corruptie welig tiert, zijn er landen die zich verrijken door een veilige haven aan te bieden aan illegaal vergaarde opbrengsten. Het is dus billijk om de rekening te delen.

Als IJsland vandaag weer rechtkrabbelt na het bankendebacle, is dat mede omdat de bevolking  per referendum haar middenvinger opstak naar de buitenlandse schuldeisers – ondanks de dreigementen dat er chaos zou volgen. Zoniet, zaten generaties IJslanders nu bedolven onder een verstikkende schuldenberg. Sociale onrust en een massale emigratie van jong talent zijn zo vermeden.

3) Denk eens out of the euro-box

De Griekse economie is niet competitief, luidt de algemene vaststelling. Een manier om die handicap in te lopen, is het devalueren van je munt zodat je weer goedkoper wordt voor het buitenland. Maar met de euro heeft de Griekse regering dat middel niet in handen.

Dan maar uitstappen uit de euro en terug naar de drachme? Dat klinkt goed op papier, maar hoe de uitvoering en de gevolgen eruit zien, weet niemand. Ten eerste: wat doe je met de schuld die uitgedrukt staat in euro en die bij een devaluatie dus evenredig toeneemt?

Ten tweede: hoe voorkom je dat in de aanloop naar de euro-uitstap niet iedereen snel zijn spaargeld op een rekening in een ander land van de eurozone zet? Dat vergt massieve kapitaalcontroles en nu al staat veel Grieks spaargeld in het buitenland geparkeerd.

Laat ons er dus vanuit gaan dat een uitstap uit de euro niet wenselijk is, laat staan op een ordentelijke manier mogelijk is. Ondertussen kabbelen we maar verder van besparingsplan naar besparingsplan. En rarara… het gaat alleen maar slechter. Geen bank leent geld uit, iedereen heeft cash tekort, de economie ligt op haar gat. De werkloosheid stijgt en neemt vooral onder jongeren ontwrichtende proporties aan. Steeds meer mensen donderen onder de armoedegrens en leven uit de vuilnisbakken. Het aantal zelfmoorden piekt. De brokstukken van een samenleving die implodeert.

En ja, dan erger ik mij aan het compleet gebrek aan inspiratie bij het gros van de economen. Ze analyseren zich collectief een beroerte op de vraag of Griekenland al dan niet uit de eurozone moet gezet worden. Ik vat hun conclusies samen: of wel in de euro en afzien, ofwel uit de euro en afzien. In beide gevallen valt netjes te argumenteren dat het op lange termijn beter kan gaan, maar van die ijle hypotheses kan geen Griek vandaag eten.

Nu is er wel degelijk een andere piste. En wel deze.

Hou de euro, al was het maar voor internationale handel, om te sparen en de schulden af te betalen. Introduceer daarnaast een complementaire munt die niet gebaseerd is op bankschuld, maar gecreëerd wordt door de mensen zelf wanneer ze transacties sluiten en zo direct koopkracht genereert. Zonder banken dus. (Was het niet Jef Colruyt die op het marketingcongres langs zijn neus zei “dat we misschien binnenkort onze eigen banken maken”?)

Is dat utopisch en revolutionair? Nee, het is al bezig. De TEM is in opmars in Griekenland en de overheden beginnen op de kar te springen. Uit een artikel van de New York Times:

The concept is simple. People sign up online and get access to a database that is kind of like a members-only Craigslist. One unit of TEM is equal in value to one euro, and it can be used to exchange good and services. Members start their accounts with zero, and they accrue credit by offering goods and services. They can borrow up to 300 TEMs, but they are expected to repay the loan within a fixed period of time.

Members also receive books of vouchers of the alternative currency itself, which look like gift certificates and are printed with a special seal that makes it difficult to counterfeit. Those vouchers can be used like checks. Several businesspeople in Volos, including a veterinarian, an optician and a seamstress, accept the alternative currency in exchange for a discount on the price in euros.

In het licht van de geschiedenis is het evenmin nieuw. Zowel de oude Egyptenaren als onze Europese voorouders tijdens de centrale Middeleeuwen (1040–1290) gebruikten een munt voor langeafstandshandel en een netwerk van munten voor lokale transacties. Het zijn twee periodes die gekenmerkt werden door langdurige, stabiele socio-economische ontwikkeling.

Ook tijdens de grote depressie waren er succesvolle voorbeelden waarbij het tekort aan “nationaal geld” opgevangen werd door de creatie van een lokale munten. De Wörgl en de Wara slaagden erin om in korte tijd de economie weer vlot te trekken – tot de centrale banken ze verboden, de crisis weer toesloeg en de man met het snorretje zijn opgang maakte.

In Zwitserland hebben ze vandaag nog altijd de WIR, een munt waarmee KMO’s sinds de grote depressie elkaar wederzijds krediet verstrekken in plaats van dure kortetermijnleningen aan te gaan bij banken. Een verbeterde versie van dit systeem – de Commercial Credit Circuit (C3) – wordt dezer dagen in Uruguay en Brazilië geïntroduceerd.

Met de technologische mogelijkheden van vandaag, is het oneindig veel gemakkelijker om zulke complementaire munten elektronisch in omloop te brengen. De software bestaat en is open source.

De crisis die we doormaken is alles behalve uniek. Sinds 1970 telde de Wereldbank in de 25 daaropvolgende jaren alleen al 96 bankcrisissen en 176 monetaire crisissen. Dan lijkt het mij dat we ons van de arrogantie mogen bedienen om het huidige systeem te amenderen. Een monocultuur waarbij we met één type geld alle problemen proberen oplossen, zal nooit stabiel zijn.

Complementaire muntsystemen kunnen voor meer evenwicht zorgen. Ze leiden ons ook weer naar de essentie van een wat een economie in weze is: mensen die welvaart scheppen door goederen en diensten te produceren en te verhandelen. Geld is daarbij een klein hulpmiddel. En al naargelang de context kan dat middel verschillen.

De vraag is dus of we onszelf vandaag de flexibiliteit willen gunnen die deze tijd vraagt. Want niet alleen Griekenland zit met een probleem.

~~~~~~~

Inmiddels heeft men twee tafels verderop de tongen weer in uitgangspositie gebracht. Er werden tevens twee Cécémels besteld, elk met een forse teut slagroom, die ze nu beurtelings bij elkaar binnen lepelen. Tijd om hier te vertrekken.

* Wat punt 3) betreft, baseer ik mij vooral op werk van Bernard Lietaer. Een Belgische econoom met een staat van dienst waar vele van zijn luider roepende vakgenoten een punt aan kunnen zuigen.

2 thoughts on “Griekenland en inspiratieloze economen

  1. Dus als ik het goed begrijp krijgt ge bij het instappen (als privé-persoon/bedrijf) in zo’n complementaire munt een startkapitaal van “het systeem”. Dat startkapitaal moet ge op termijn terugbetalen, ik veronderstel in die complementaire munt en op welke termijn is dat dan?

    Met dat startkapitaal kan je dan goederen kopen, verwerken en dan terug verkopen, liefst met winst want anders zijt ge slecht bezig.

    Wat zou de kritieke massa zijn wat deelnemers aan zo’n complementaire munt betreft om dat wat deftig te laten werken?

  2. Wel, het is een “mutual credit”-systeem. De som van alle tegoeden en tekorten van alle deelnemers, is dus nul.

    Als ik iets bij jou koop voor 100 eenheden, sta ik 100 eenheden onder nul, jij 100 eenheden boven nul. Doorgaans bestaat er een limiet van hoeveel je onder nul mag gaan. Bij de TEM ligt dat op 300 eenheden. Maar evengoed staat er een grens op hoeveel je boven nul mag gaan, want het is niet de bedoeling dat je gaat oppotten. Deze munt is er om te laten rollen, niet om te sparen. Het systeem stimuleert dus iedereen om naar een saldo van 0 te gaan.

    Vooral in economisch moeilijk tijden, als iedereen zijn “gewoon geld” wil sparen en banken niet willen lenen, werkt dat anticyclisch. In Zwitersland zien ze bijvoorbeeld tijdens een economische dip het gebruik van de WIR toenemen, terwijl het gebruik weer terugloopt als de economie boomt en banken dus gemakkelijk krediet toestaan.

    Wat de kritieke massa is om het te doen werken? Hoe meer deelnemers, hoe beter natuurlijk. In Zwitserland is een derde van de kmo’s lid. In Uruguay aanvaart de overheid betaling van belastingen in de C3-munt. Ook overheidsbedrijven aanvaarden betaling in C3. Zo wordt het redelijk snel interessant om mee te doen.

Geef een reactie