Geysir

Geysir

Geysir… Even kijken… Wat valt daar zoal over te vertellen?

Wel, men heeft dus een paar holen in het aardoppervlak waarin water staat te koken. En om de zoveel minuten – als de mechaniek meewil – komt daar een straal water/stoom uit rochelen aan een intensiteit en een hitte dat men er zijn pietje liever niet zou tussen hebben steken.

Geysir

Voila.

Plezant om te zien, hoor. Maar het heeft weinig zin om daar nu een halve dag op te staan loeren.Veel meer dan de geysers is er in Geysir ook niet te zien, afgezien van het strategisch aangelegde hotel en het belendende restaurant.

Omdat de avond al vallende was, schoven wij ons voertuig naar een naburig Icelandair Hotel in Flurir.

Continue reading

Paardenkop

Horses in the snow

Van Þingvellir bolden we naar Geysir. Onderweg brachten wij het konvooi voor enkele minuten tot stilstand om een schilderachtig dorpje gade te slaan, waar een paardenfokkerij als economisch brandpunt smeulde.

(Wie het nog niet moest doorhebben: door te klikken op een foto, vergroot hij.)

Small town

Continue reading

Þingvellir

Þingvellir

Na onze zinledige omzwerving via het Noorden, pivoteerden wij ons dartele vehikel weer op het juiste spoor voor onze eerste officiële tussenstop op de Golden Circle tour: Þingvellir. Een fotogeniek plekje met historische trekken, zo weet ook Wikipedia.

Þingvellir (spreek uit ongeveer thingwetlir) is voor de IJslanders een meer dan historisch belangrijke plaats. De nakomelingen van stichter van Reykjaviks Ingólfur Arnarson stichtten in 930 het Alþing bij Þingvellir. Dit was de plaats waar ‘s zomers elk jaar de grote grondeigenaars, boeren, krijgslieden, handeldrijvers en anderen bijeen kwamen om onderlinge vetes te beslechten, om huwelijksverbonden aan te gaan, om zaken te doen, om recht te spreken, om nieuwe wetten uit te vaardigen, om nieuws uit de verre uithoeken van IJsland uit te wisselen, om weergeld voor moord en doodslag te betalen of te ontvangen en om mensen vogelvrij te verklaren of te executeren.

Maar vooraleer wij het natuurschoon introkken, brachten wij een bezoekje aan het enige verwarmde gebouw in de directe omgeving: een winkeltje waar men toeristische informatie kon opdoen bij een bakkie koffie en een bescheiden versnapering. Om de heimwee te verdrijven kochten we een pak (vervallen) Bastognes, made in Herentals. Zelfs dat schamele bedrag deed ons bij gebrek aan IJslandse kronen naar de VISA-kaart grijpen. Faut le faire.

Voor het overige strekt een wandeling doorheen dit stukje propere leegte tot aanbevelen. De landschappen, de rotsen, de schone waterval, de stilte,… Dat kom je niet tegen door thuis op de voorverwarmde wc-bril te roesten. Au contraire, dat vergt hogere inspanningen om door de kniehoge sneeuw te baggeren.

Þingvellir

Volgens de geschriften is dit gebied ook de de scheidingslijn tussen het Noord-Amerikaanse en het Europese continent, met de vlakte zelf als scheiding. Hier drijft IJsland door tectonische bewegingen met een gemiddelde snelheid van 1 à 2 cm per jaar uit elkaar. Niet dat wij daar terplekke last van hadden, maar toch: waar gaat dat eindigen?

Wat de foto’s betreft, is de fullscreen-versie van de slideshow eigenlijk een must om iets van het indrukwekkende karakter te behouden.

Continue reading

Valse start

Stop at Arkanes

Dag drie.

We boarden onze gehuurde Toyota Yaris, nemen een bescheiden aanloopje om de aangevroren oprit van de garage uit te klimmen en hitten zodoende de road.

Edoch.

Luttele momenten later weerkaatsen reeds malcontente geluiden uit het krappe carrosseriewerk. Blijkt? Zelfs op het doodeenvoudige IJslandse wegennet (een lus rond het eiland) slagen wij erin verkeerd te rijden. Naar boven in plaats van naar beneden, daar komt het zo een beetje op neer.

Is dat erg? Welnee, ware het niet dat wij daarbij ook een tunnel aandeden die aan tolheffing onderhevig was. Dat zegt men natuurlijk ook pas wanneer de argeloze reiziger de tunnel uitrijdt. Wij betalen – op dat moment nog in de overtuiging dat we goed zitten – braaf onze 800 kronen tol en parkeren ons vervolgens teneinde de route naderbij te bestuderen.

Het scheelde dus niet veel of wij waren in Arkanes beland. Niks tegen die plek, maar het druisde absoluut in tegen onze summiere planning. Het vervolg was een inverse déjà vu: tol betalen, tunneltje in, tunneltje uit. Een grap van 1600 kronen, of iets van een 11 euro. Ach kom, geen geld voor zo’n avontuur. Algauw groeide de consensus dat het allemaal te wijten was aan de ondeugdelijk wegenkaart, die wij prompt bedankten voor bewezen diensten en vervingen door een gedetailleerdere soortgenoot.

Kwestie van aan deze nutteloze kilometers en 1600 ISK toch enigszins een zinperspectief te geven, heb ik een paar landschappelijke plaatjes vastgelegd van deze plek die ons tot diepere inzichten bracht. Het staat u vrij erop te bieden. De opbrengst gaat integraal naar het fonds voor teveel betaalde tolheffingen. Continue reading