Ondertussen in Brussel

Colloquium - Egmontpaleis

Na drie eerdere ronde tafels in het parlement over het “Belgisch beleid tegen de honger”, vond woensdag het slotcolloquium plaats in het Egmontpaleis. De kans dat u dit stukje staatspatrimonium al langs de binnenkant heeft meegemaakt, is eerder gering. De zaal is dan ook enkel te reserveren door de minister van Buitenlandse Zaken. En jawel, voor de gelegenheid mocht het van Karel.

Zelf was hij er niet, wel de kleine Michel in zijn hoedanigheid van minister van Ontwikkelingssamenwerking. Volgend beeld vond ik wel geslaagd toen ik het op het schermpje van mijn Canon bekeek, maar op dat micro-formaat kon ik nog niet zien dat hij eigenlijk geen klein beetje scherpte mist. Mea culpa, de vaste hand liet het afweten. Ik zou mezelf voor zulke stommiteiten pijn kunnen doen.

Charles Michel

In den beginne was er nog een receptie/lunch waar ik deze ober in opperste concentratie tegenkwam. Respect, best man. Ik zie het mezelf niet doen, met volle schotels laveren tussen onzorgvuldig geparkeerde praatgroepjes. Moest ik daar opdienen, het vast tapijt ware maar beter in drievoud verzekerd.

Egmontpaleis - receptie

En ziehier nog een meneer van de Wereldbank die het rapport “Agriculture for development” kwam toelichten. Samengevat: investeringen in landbouw zijn de efficiëntste hefboom voor armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. Zo, daarmee heb ik u weerom 350 bladzijden gortdroge lectuur bespaard.

Guggi Laryea (Worldbank)

Pijn

Openzwaaiende portieren en voorbijpeddelende fietsers blijven ook in 2008 een combinatie die leidt tot pijn en lijden. Voor de fietser, stuiptrekkend op de grond. Voor de chauffeur, vloekend op zijn overstrekte Skoda-portier die maar niet meer sluiten wil.

Was te zien rond 17u in de Maria-Theresiastraat te Leuven. Door mijn MP3-speler kreeg ik het spektakel in beeld zonder klank. De shufflefunctie schoof toepasselijk Where is my mind door de kabels.

Dat niemand er blijvende letsels aan moge over houden.

Het grote verloop

(23/01/08 ) Dag 7 in Indonesië

Het is na middernacht wanneer we ons stationeren in een hotelkamer in Ende. De avond van dag 6 deden we ons tegoed aan een visschotel, ter gedenking van onze laatste avond op Flores. En daar, beste lezers, ben ik in de fout gegaan.

Om mijn ongekoelde Bintang-pilsner alsnog een fris alluur te geven, dropte ik immers onachtzaam enkele ijsklonters in het glas. Compleet stijlloos, dat hoort u mij niet ontkennen, maar in de broeierige context leek mijn lichaam erom te smeken. Datzelfde lichaam wreekte zich evenwel tijdens de nacht. Meerbepaald het darmdepartement deed aan stiptheidsacties. Gedurende drie uur rochelde ik om het kwartier de restanten van mijn verteerde vismaal in haast gasvormige toestand uit door de trechter van de gammele, zeeblauwe wc-pot.

Daar valt weinig pret aan te beleven, zoals u ongetwijfeld zelf ooit al mocht ondervinden. Het pretpeil zakt echter helemaal onder nul wanneer er geen doorspoelbak aan de wc zit. In casu diende een pan gevuld te worden met water om de brei te doen zakken. Het water moet daarbij van hoog genoeg neerkletteren om het gewenste effect te bereiken, met als neveneffect dat de inhoud van de toiletpot meer dan eens haar oevers te buiten gaat. Slechte vibes.

Toen het tijd was om op te staan – en ik geen druppel vocht meer uit mijn sluitspier geperst kreeg – had ik nog het genoegen om koortstemperatuur vast te stellen in combinatie met een ellendige hoofdpijn. Voor het ontbijt had ik in deze toestand aan enkele grammen droge rijst gedacht, zonder iets op of bij. Maar dat kregen we dus niet uitgelegd. Rijst en kip, overgoten met een explosieve saus, enkel als totaalformule te verkrijgen. Het was niet uit onbeleefdheid dat ik mijn deel onaangetast liet.

Hoewel de omstandigheden er niet naar waren, was die dag ook de terugreis naar Bali gepland. Anderhalf uur schudden in een propellertoestel werkte de neergang nog meer in de hand, dat verbaast u niks. Gelegen en gezeten in een nieuwe tijdelijke verblijfplaats in Denpasar, onderwierp ik ook daar het aanwezige sanitair aan een ultieme stresstest.

Laat ik deze episode maar op zijn hoogtepunt afsluiten. Of en hoe ik de volgende nacht doorkwam, dat houden we voor later.