
Officieel heet het: Gekantelde vrachtwagen verstoort avondspits op E40
(23/01/08 ) Dag 8 in Indonesië (2)
De voormiddag van dag 8 leidde ons naar de rijstvelden van Boyolali. Niet ver van het meer dan drukke Solo, maar toch zeer rustig en mooi gelegen. We worden er rondgeleid door de mensen van een boerengroep waarmee Vredeseilanden en LSKBB (partnerorganisatie) al een tijdje samenwerken rond productie en vermarkting van rijst.
De man die ons rondleidt op de velden is de man in het geel, Cipto Mulwatno. Een naam die hoge toppen scheert in de discipline “bestbekkende namen”, dacht ik zo. Wijs, rustig en vooruitziend zijn de adjectieven die deze man uitstraalt. Hij begeleidde het proces om de productie om te zetten naar een biologische teeltwijze en ervoor te zorgen dat iedereen binnen de coöperatieve zich aan dezelfde normen houdt.
Om meer onafhankelijkheid te krijgen ten opzichte van alle tussenpersonen die willen verdienen aan een product waar ze in se weinig verdienste aan hebben, doen ze meer zelf en proberen ze via hun eigen “holding” een directere weg naar de markt te vinden. Lees: rijst in eigen beheer pellen, verpakken en verkopen. Rechtstreeks aan consumentengroepen ofwel aan kleine winkels waarvan er zoveel zijn in de nabijgelegen steden. Dat er hier fatsoenlijke wegen zijn, biedt hiertoe sowieso al meer mogelijkheden dan op veel andere plaatsen.
Hoe ze de prijs voor hun product bepalen, wilde ik nog weten. Het antwoord bood mij inzicht in een even briljante als eenvoudige marketingstrategie: ze maken hun rijst goedkoper dan de biorijst in de winkels en iets duurder dan de gewone rijst.
Tot slot vertelde hij nog over een welkom neveneffect van het verkopen in groep. Voor ze een boerengroep hadden, kwamen opkopers bij ieder afzonderlijk, kochten de hele oogst op en betaalden cash. Zo kregen gezinnen (of toch de gezinshoofden) opeens veel geld in handen, wat de verleiding deed ontstaan tot impulsief uitgeefgedrag.
Bovendien hielden veel boeren geen rijst voor eigen consumptie over. Bij de minste tegenslag was er dan geen geld voor handen om voedsel te kopen. Eerlijkheidshalve moet ik erbij vertellen dat zulke praktijken veelal alleen voorkomen wanneer vrouwen te weinig in de pak te brokken hebben. Hoor mij hier pleiten voor vrouwenversterking en emancipatie…
Maar goed, genoeg kwaad gesproken over mijn eigen geslachtsgroep. Ik vond het niettemin een schone moraal om mee af te sluiten.
Geert Wilders heeft een film “gemaakt”! Mensen, mensen, mensen!
‘t Is te zeggen: hij heeft archiefbeelden van het journaal geript, hier en daar een krantenknipseltje tussengeplakt en bijwijlen – als werkelijk alle montagetechnische registers uit hun scharnieren worden gerukt – een splitsscreen met koranvers bij elkaar geduwd.
Oh ja, dan vergeet ik bijna te vermelden dat de beelden elke halve minuut op de meest onesthetische manieren overplakt worden met een gejurkte baardbrulaap die in naam van Allah de dood predikt aan alles wat na de ijstijd is uitgevonden. Heftig.
Niet dus. Mij dunkt dat de kaarthoek in een rusthuis meer elementen tot controverse biedt dan deze gerekte diareeks.
En dan zit dat blondje nog te schooien om geld ook. Vertel mij, welke kosten zijn er dan wel verbonden aan de schepping van deze tristesse? Windows Moviemaker komt gratis bij elke pc, Liveleak is al even kosteloos en een wikipedia-pagina bezigen als officiële website, mag in deze ook als vegeteren geklasseerd worden. Er zijn er al voor minder voor zakkenvuller uitgespuwd.
Een tip aan de heer Wilders: het Internet bestaat al langer dan deze maand. Zoek eens. Er zijn ongetwijfeld clipjes die uw boodschap beter en gebalder overbrengen dan dit jammerlijke filmdebuut. Niettemin hoop ik dat er de komende uren enkele testosteron aangedreven lieden op straat komen en een auto of drie opfikken teneinde blijk te geven van hun onbestemd ongenoegen. Dan kunt u weer eens zeggen: “zie je wel…”.
(23/01/08 ) Dag 8 in Indonesië
Leeg.
Zo voelde ik mij rond 5u30 ‘s morgens bij het ontwaken. Leeg, maar wel vrij van koorts. De eerste meevaller in 24 uur van onophoudelijke sluitspierweeën. Het bed uit, een andere keuze was er niet, het programma diende afgewerkt te worden. Wij dus naar de luchthaven, waar de binnenvlucht naar Yogyakarta (Centraal-Java) om 8u zou vertrekken.
In afwachting van de vlucht, trok ik mijn spijsvertering voorzichtig weer op gang met het kluiven van een Indonesische versie van de rozijnenkoek. Alles bleef binnen.
De vlucht vertrok om 8u en geloof het of niet, dat was ook het tijdstip dat wij aankwamen in Yogyakarta. Pure time travelling of gewoon een andere tijdzone? Op deze dag was het gewoon convenant om een uur langer te hebben.
Vergeleken met Flores is Centraal-Java een stijlbreuk van formaat: afgezien van een paar oneffenheden is het hier vlak. Zo vlak dat er zelfs treinen en fietstaxi’s rijden. Steden als Yokyakarta of Solo leken mij voor het overige niet veel af te wijken van andere dichtbevolkte steden.
De wegen puilen uit met vrachtwagens waarvan de afschrijvingsdatum al dertig jaar gepasseerd is en met ontelbare bromfietsen die zich adequaat door elke verkeersopening persen. De lucht in deze context proefde alleszins niet florissant. Sommige zoeken daarom hun heil in het mondmaskertje.
Maar ik moet niet klagen, ik was slechts op doortocht. (Naar Boyolali , om u al het vervolg van het verhaal te verklappen.)